Maak kennis met de ‘vredesacademici’ van Turkije

In Turkije vindt een zuivering plaats in academische kringen. Maar wie ontslagen wordt door de overheid, zit niet stil. ‘Wij hoeven geen salaris van de overheid. We hebben geen geld nodig om academici te zijn.’


Het is iets meer dan een jaar geleden dat Yücel Demirer, een assistent professor aan de Universiteit van Kocaeli, in de vroege morgen van 15 januari 2016 door de antiterreureenheid van de lokale politie in hechtenis wordt genomen.

Samen met enkele collega’s van de universiteit belandt hij in een cel op het hoofdkwartier van de politie, waar ze de rest van de dag worden vastgehouden. Hun misdaad? Het ondertekenen van een petitie die oproept tot vrede in het oosten van het land, waar het Turkse leger en Koerdische militanten op dat moment in een dodelijke strijd verwikkeld zijn.

Nog diezelfde avond worden Demirer en zijn collega’s weer vrijgelaten. “Ze hebben ons niet mishandeld of gemarteld, maar het was smakeloos,” vertelt hij op het kantoor van de lokale tak van de lerarenvakbond in Kocaeli, een zwaar geïndustrialiseerde havenstad ten zuiden van Istanbul. “Vanaf dat moment beseften we dat er iets veranderd was.”

Demirer, een kale vijftiger die met een zachte stem kalm zijn verhaal doet, legt uit hoe hij, samen met zijn collega’s die eveneens de petitie ondertekend hadden, in de daaropvolgende maanden in toenemende mate lastiggevallen wordt op de universiteit. Ze mogen niet langer aan academische conferenties deelnemen, worden overgeslagen voor promoties en er wordt een intern onderzoek tegen hen gestart.

Op 1 september komt er een einde aan de onzekerheid. Samen met 38 andere collega’s – waarvan achttien mede-ondertekenaars van de petitie die zichzelf inmiddels “vredesacademici” noemen – wordt Demirer per overheidsdecreet ontslagen.

Ze verliezen niet enkel hun baan, maar ook al hun verworvendheden, posities, sociale zekerheid, pensioenen én hun paspoort.

Verbannen van de universiteit, maar met een diep verlangen om datgene te blijven doen waar ze goed in zijn – onderzoek en lesgeven – besluiten Demirer en de andere vredesacademici het heft in eigen handen te nemen. Op 28 september richten zij de Kocaeli Academie voor Solidariteit op.

In het gebouw van de onderwijsvakbond Egitim-Sen worden wekelijks bijeenkomsten en open colleges georganiseerd, vrij toegankelijk voor iedereen; een “guerrilla universiteit” als antwoord op de toenemende inperking van academische vrijheden in Turkije.

© Italo Rondinella

Stilzwijgen en toestemmen

Harun Acar is een 27-jarige doctoraatsstudent aan de Universiteit van Kocaeli, die iedere week de seminars van de vredesacademici bezoekt. Met een bijtende ondertoon in zijn stem legt hij uit dat op de campus van de universiteit het leven doorgaat “alsof er nooit iets gebeurd is.” 19 academici die van de ene op de andere dag van de campus verdwijnen en geen haan die ernaar kraait.

“De mensen proberen te overleven,” zo verklaart Acar het oorverdovende stilzwijgen van zijn collega’s op de universiteit. “En dit overleven is afhankelijk van de mate waarin je je meningen en gedachten voor jezelf kan houden. Het is een adaptatiemechanisme.”

Toch is het niet enkel uit zelfbehoud dat men de lippen op elkaar houdt, geeft Acar toe. Veel academici steunen het overheidsbeleid dat tot het ontslag van de vredesacademici heeft geleid, en beschouwen hen als landverraders en terroristenvrienden.

Deze cultuur van zwijgen en toestemmen lijkt kenmerkend voor het Turkse onderwijsapparaat.

Dat een vrije geest binnen het Turkse onderwijssysteem eerder een last dan een deugd is, ondervond ook Pieter Verstraete, een 37-jarige Vlaming uit Merksem. Sinds februari 2015 was Verstraete werkzaam op de Hacettepe Universiteit in Ankara, waar hij lesgaf in Amerikaanse Cultuur en Literatuur. Sinds enkele weken zit Verstraete zonder werk, nadat hij in september van het hoofd van zijn departement te horen had gekregen dat zijn contract in 2017 niet verlengd zou worden. Zijn ontslag was niet het gevolg van een decreet, maar politieke motivaties hebben mogelijk toch een rol gespeeld.

“Ik kan niet met zekerheid zeggen dat ik ben ontslagen omwille van mijn kritische politieke of ideologische overtuigingen,” speculeert hij over de reden van zijn ontslag. “Dat zullen ze ook nooit zo rechtstreeks zeggen. Maar het heeft er wel alle schijn van.”

Volgens Verstraete heerst er op Turkse universiteiten een klimaat waarin iedereen die zich kritisch uitlaat het gevaar loopt zichzelf tot doelwit te maken.

Het gevolg is zelfcensuur en polarisatie; men durft zich niet langer vrijelijk uit te spreken en kleine geschillen op de werkvloer kunnen uitgroeien tot beschuldigingen van landverraad en terrorisme. De huidige noodtoestand die is ingevoerd na de mislukte coup poging van 15 juli geeft bestuurders en leidinggevenden een ongekende macht om critici de mond te snoeren of eenvoudigweg te ontslaan.

© Italo Rondinella

Regeren per decreet

Toen Derya Keskin op 11 januari 2016 haar naam toevoegde aan de lijst van meer dan elfhonderd academici die de petitie voor de vrede uiteindelijk zouden ondertekenen, kon zij niet vermoeden dat dit maanden later tot het verlies van haar baan zou leiden.

“Normaal gesproken kunnen ze ons niet ontslaan, zeker geen assistent-professoren en professoren,” legt Keskin, Yücel Demirer’s echtgenote en eveneens een ontslagen vredesacademicus, uit. “Als ze dat wel deden, kon je een aanklacht indienen en in de meeste gevallen kreeg je je positie weer terug.”

Maar tijdens de noodtoestand wordt Turkije bestuurd middels door President Erdogan uitgevaardigde decreten, een model dat hij tracht te institutionaliseren met de invoering van het presidentiële systeem. En tegen deze decreten durven slechts weinigen openlijk een standpunt in te nemen. De drang tot zelfbehoud en angst om van terrorisme beschuldigd te worden overheersen.

“We werden reeds voor de staatsgreep geconfronteerd met onrechtvaardigheid en discriminatie, zoveel als ze maar te berde konden brengen met de middelen die ze op dat moment ter beschikking hadden,” vertelt Keskin voorafgaand aan het wekelijkse seminar in het centrum van Kocaeli.

“Maar na de mislukte couppoging,” vervolgt ze, “hadden ze meer middelen. Speciaal toegespitst op hun doelen. Decreten, bijvoorbeeld, waren voor hen een handig middel om mensen zoals wij de laan uit te sturen. En dat deden ze.”

Sinds de mislukte coup hebben bijna zevenduizend academici hun baan verloren, van wie meer dan de helft – de teller staat nu op 4,481 – als direct gevolg van deze decreten. Daarnaast zijn er vijftien universiteiten en meer dan duizend onderwijsinstituten gesloten.

Verstraete beschouwt de ontslagen en landelijke heksenjacht die er sinds de coup ontstaan is als een intensifiëring van een proces dat eigenlijk al langer aan de gang was.

Ook hij werd besmet met de angst en vrees die reeds onder zijn collega’s leefde. “Ik heb altijd geprobeerd die polarisatie tegen te gaan,” vertelt hij. “Maar het laatste jaar heb ik daar helemaal aan toegegeven uit angst om ook mijn job te verliezen of om ook maar in het vizier te komen van de verkeerde mensen.”

© Italo Rondinella

Een sprankje hoop

De strijd van de vredesacademici die iedere woensdag verzamelen in het centrum van Kocaeli om deel te nemen aan de Academie voor Solidariteit, is nog niet ten einde. Ze mogen hun baan op de universiteit misschien kwijt zijn, hun beroep hebben ze nog niet verleerd.

Een week na hun collectieve ontslag op 1 september verzamelden de academici zich op de campus voor een afscheidsdemonstratie. Ze ontvouwden een spandoek met daarop de tekst “Wij zullen terugkeren! We laten onze studenten en deze stad niet achter!”

Vredesacademicus Keskin legt uit dat dit niet enkel een belofte was, maar ook een manifest van verzet. Vijf maanden later hebben ze hun belofte nog niet gebroken en duurt hun verzet nog altijd voort.

“Wij hebben geen posities aan de universiteit nodig. Wij hoeven geen salaris van de overheid. We hebben geen geld nodig om academici te zijn,” aldus Keskin, die vol vuur de filosofie van de Academie voor Solidariteit samenvat.

Wekelijks komen de negentien ontslagen vredesacademici samen om hun plannen voor de toekomst te bespreken. Momenteel zijn ze bezig hun activiteiten te formaliseren, zodat ze fondsen kunnen aanvragen uit het buitenland waarmee ze hun onderzoek en lessen kunnen voortzetten. Aan het einde van iedere vergadering, normaal gesproken rond een uur of vijf, geeft een van de vredesacademici een lezing over een onderwerp uit zijn of haar vakgebied.

Het kleine zaaltje in het gebouw van de vakbond is iedere week weer tot de nok gevuld met studenten, collega’s en andere belangstellenden.

Ze hadden graag een grotere zaal ter beschikking gehad, maar de gouverneur van Kocaeli heeft er volgens Demirer persoonlijk op toegezien dat de Academie nergens anders onderdak kon vinden.

Onder de aanwezige studenten bevindt zich ook de 23-jarige rechtenstudent Cagil, die naar de lezing gekomen is omdat “dit een plek is waar wij vrijelijk onze ideeën en ideologieën kunnen uitdragen.”

Cagil heeft diep respect voor zijn voormalige profs, wier standvastigheid hij bewondert: “De overheid zat altijd al achter hen aan. Zij hebben tóen stelling genomen, en dat doen ze nú weer, zelfs ten koste van hun reputatie, hun academische onderzoek, hun inkomen en hun baan. Ze hebben ons altijd het juiste voorbeeld gegeven; dat we ons nooit moeten terugtrekken of de strijd tegen onrechtvaardigheid moeten opgeven.”

De toekomst van de ontslagen vredesacademici en die van de Academie voor Solidariteit is onzeker. Voorlopig voorziet de vakbond hen van een bescheiden inkomen, maar met zovele duizenden ontslagen in de onderwijssector is het maar de vraag hoe lang het duurt voordat de solidariteitspot leeg is.

Yücel Demirer ziet het somber in en gelooft niet dat er op de korte termijn iets zal veranderen. “Ik ben 53, en het is mij verboden om te werken. Ik mag niets doen. Ook is het mij niet toegestaan om naar het buitenland te reizen. Dit is de situatie waar ik en mijn collega’s in zijn beland.”

Toch is er nog een sprankje hoop. Demirer gelooft dat de huidige ervaring de grondslag kan vormen voor een nieuw begin. “Ik geloof in de mensen, en ik geloof in hun strijd. Het leven is niet gemakkelijk, maar desalniettemin heeft deze situatie ons de vrijheid gegeven die we nodig hadden om onze eigen weg te vinden.”

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op Knack.be, 24 januari, 2017. 

Alle foto’s © Italo Rondinella

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s